Hoe zit ik?!

Het schooljaar in het basis en voortgezet onderwijs is weer begonnen. Het plekje in de klas wordt gezocht of is al gevonden. De eerste echte lessen zijn in volle gang. Je kind zit weer veel en moet misschien nog even wennen om minder te kunnen bewegen dan in de vakantie.

 

Hoe zit je kind in de klas?

Door de volgende vragen kun je een beeld hiervan krijgen. Kan je gemakkelijk rechtop zitten? Heb je überhaupt moeite om op je stoel te blijven zitten? Is het irritant dat degene die naast je zit zoveel beweegt? Dit alles heeft direct invloed op hoe je kind in de klas zit. Een actieve houding is nodig om de lesstof voldoende te verwerken en klachten ten gevolgen van een slechte houding te voorkomen.

 

Algemene tips voor een actieve zithouding

  • Zorg voor een juiste verhouding tussen stoel en tafel ten opzichte van de lichaamslengte.
  • Zit achterin de stoel met de rug tegen de rugleuning.
  • De voeten staan plat op de grond om de houding te ondersteunen.
  • De ogen zijn naar voren gericht bij het luisteren en werken met een pc of laptop.
  • Bij het lezen of schrijven zijn de ogen richting de tafel gericht met een rechte rug.

 

Het lukt niet ieder kind om een juiste houding te behouden. De oorzaak hiervan is nog wel eens te vinden in een verstoorde prikkelverwerking en/of disfunctioneren van het evenwichtsorgaan.  Het is de kunst om storend gedrag, houding en bewegen niet meteen als onwil te bestempelen. Regelmatig is het namelijk onmacht. Deze onder- en overprikkeling verdient extra uitleg om je kind erin te herkennen of te begrijpen waarom sommige kinderen reageren zoals ze reageren.

 

Onderprikkeling

  • Actieve onderprikkeling; je kind wil wiebelen, praten, kauwen of reageert impulsief.
  • Passieve onderprikkeling; je kind is slaperig, hangt onderuit, lijkt ongeïnteresseerd of is onhandig.

Je kind heeft activering nodig door middel van extra prikkels. Dit kan in de vorm van bewegen (staan i.p.v. zitten of evenwichtsoefeningen) of door prikkels van buitenaf toe te voegen (meer licht of geluid) en structuur bieden (regels duidelijk maken en aanhouden of reminders gebruiken).

Bij onderprikkeling werkt het evenwichtsorgaan onvoldoende. Vaak is je kind dan onhandig, botst snel tegen voorwerpen of mensen aan. Er is vaak een slappe houding met onvoldoende controle op de houdingsspieren. Je kind is regelmatig op zoek naar prikkels/informatie door op een stoel te wiebelen, wiegen van het hoofd, springt rond of botst expres tegen iemand aan. Een kind kiest dan ook vaak een sport waarbij veel prikkels aan het evenwichtsorgaan gegeven worden, zoals skiën, ballet of trampoline springen.

 

Tips voor op school

Zorg voor een duidelijke uitleg van de opdrachten met eventueel herhaling en plan van aanpak om een onderprikkeld kind bij de les te houden. Verder zijn opdrachten uit laten delen, het gebruik van pictogrammen (structuur) en eventueel gebruik van evenwichtskussen of materiaal om op te kauwen of aan te friemelen een prima aanvulling. Laat je kind buiten lekker rondrennen en schommelen.

 

Overprikkeling

  • Actieve overprikkeling; je kind wil de regie nemen, zichzelf afzonderen, weigert opdrachten en legt de handen op de oren.
  • Passieve overprikkeling; je kind wordt snel boos, druk, is geprikkeld, snel afgeleid en gaat huilen maar vermijdt de prikkels niet.

 

Je kind heeft vermijding van prikkels nodig om te kalmeren, zoals het uitsluiten of beperken van prikkels en het inlassen van rustpauze’s. Het dempen van geluid en licht of het afreageren kan positief werken.  Daarnaast is het belangrijk om je kind de controle te geven en voor te bereiden op prikkels.

Een overprikkeld kind ervaart te veel prikkels en dit is terug te zien het het gedrag. Het gevoel van snel uit balans te raken veroorzaakt spanning, hetgeen terug te zien is in de houding.  Je kind kan sneller duizelig worden en een overprikkeld kind fietst vaak laat.  Twee voeten op de grond geeft rust. Langzame en ritmische bewegingen hebben ook een rustgevend effect, zoals het wiegen in een hangmat/mandschommel.

 

Tips voor op school

Geef een overprikkeld kind een rustige en overzichtelijke plek in de klas. Daarnaast is het inbouwen van rustmomenten tussendoor van belang om weer te ontladen. Dit kan door rustig op gang te werken, een klusje of een ontspanningsoefening te doen. Verder kan het creëren van duidelijkheid, afspraken maken en eraan houden of het gebruik van een timer rust geven. Je kind blijft graag in balans met beide voeten op de grond. Dit is bij het buitenspelen en tijdens de gymles terug te zien. Je kind vermijdt snel schommels, het koppelrek of klimmen.

 

Het is belangrijk om erachter te komen waar het storend gedrag in de klas vandaan komt en in welke mate je kind onder- of overprikkeld is. Het reguleren van de prikkelverwerking is zowel bij onder- als overprikkeling van belang om ’s avonds de dag rustig af te bouwen, de slaap te pakken of door te slapen. Wanneer je kind te weinig rust heeft gepakt en onvoldoende uitgeslapen is, heeft dit een negatieve invloed op de prikkelverwerking de volgende dag.

 

Is er een verstoorde prikkelverwerking en heeft dit direct een negatieve invloed op de manier van bewegen en houding van je kind? Lukt het niet om dit samen onder controle te krijgen?

Neem dan vrijblijvend contact op via info@statera-in-beweging.nl of 06-51954697, om de mogelijkheden bij Statera in beweging te bespreken.

 

Fijn schooljaar!

 

2017-09-14T16:01:43+00:00september 14th, 2017|Categories: Algemeen|